Het regent een beetje in Granada. Het stoort me niet. Ik heb me weerom teruggetrokken in de bibliotheek, tussen een toren van boeken, tijdschriften, kopiekaarten en artikels. Op het laatste moment toch beseffen dat je misschien eens hard door moet werken want dat die thesis toch wel belangrijk is. En plots baan ik me een weg door het surrealisme, door Artaud, Breton, Buñuel en Pirrandello. Plots ben ik heel blij dat ik het moeilijkste, zogezegd ‘onmogelijke’ toneelstuk van Federico gekozen heb, El público, waarvan ik langzaam maar zeker verscheidene elementen begin te begrijpen. Het hele stuk wordt namelijk samengevat door Shakespeare’s Julia, die een gastoptreden doet en het uitroept:
A mí no me importan las discusiones sobre el amor y el teatro. Yo lo que quiero es amar.
Mij interesseren de discussies over de liefde en het theater niet. Liefhebben is wat ik wil.
Gisteren brachten de broer van Pepe en mezelve samen de avond door. We kookten onze maaltijden en keken naar Real Madrid op tv. We zaten naast elkaar aan dezelfde tafel onder dezelfde bureaulamp voor school te werken. Af en toe viel een woord of een zin. De sfeer was kalm en gezellig. Hij maakte me een té de canela en ik at een ferrero rocher. Voor we gingen slapen tapte hij nog wat muziek van zijn laptop af en gaf ze aan mij. Bruce Springsteen en Frank Sinatra. Gekke smaak hebben die Spanjaarden, hoewel ze geen flauw idee hebben van wat de zangers in kwestie zingen.
Morgen naar huis. Eerst naar Brussel. Dan naar Gent. Naar het toneel en naar dat kleine kamertje op de dertiende verdieping dat mij weer voor even een warm bed en dito omgeving zal verschaffen.
