El público

Posted 26 november 2009 by pajaroo
Categories: vliegen? (volar!)

Het regent een beetje in Granada. Het stoort me niet. Ik heb me weerom teruggetrokken in de bibliotheek, tussen een toren van boeken, tijdschriften, kopiekaarten en artikels. Op het laatste moment toch beseffen dat je misschien eens hard door moet werken want dat die thesis toch wel belangrijk is. En plots baan ik me een weg door het surrealisme, door Artaud, Breton, Buñuel en Pirrandello. Plots ben ik heel blij dat ik het moeilijkste, zogezegd ‘onmogelijke’ toneelstuk van Federico gekozen heb, El público, waarvan ik langzaam maar zeker verscheidene elementen begin te begrijpen. Het hele stuk wordt namelijk samengevat door Shakespeare’s Julia, die een gastoptreden doet en het uitroept:

A mí no me importan las discusiones sobre el amor y el teatro. Yo lo que quiero es amar.
Mij interesseren de discussies over de liefde en het theater niet. Liefhebben is wat ik wil.

Gisteren brachten de broer van Pepe en mezelve samen de avond door. We kookten onze maaltijden en keken naar Real Madrid op tv. We zaten naast elkaar aan dezelfde tafel onder dezelfde bureaulamp voor school te werken. Af en toe viel een woord of een zin. De sfeer was kalm en gezellig. Hij maakte me een té de canela en ik at een ferrero rocher. Voor we gingen slapen tapte hij nog wat muziek van zijn laptop af en gaf ze aan mij. Bruce Springsteen en Frank Sinatra. Gekke smaak hebben die Spanjaarden, hoewel ze geen flauw idee hebben van wat de zangers in kwestie zingen.

Morgen naar huis. Eerst naar Brussel. Dan naar Gent. Naar het toneel en naar dat kleine kamertje op de dertiende verdieping dat mij weer voor even een warm bed en dito omgeving zal verschaffen.

Rocío y yo (2)

Posted 25 november 2009 by pajaroo
Categories: dit is de liefde dames en heren, vliegen? (volar!)

Zou mijn leven er anders uitzien als ik, net zoals in dit huis, geen permanent internet tot mijn beschikking had? Zou ik dan ook elke ochtend met een kop warme chocomelk en een boek ontbijten? Een bruin broodje met nocilla – de duidelijk Spaanse variant van nutella – eten, een appeljoehoertje naar binnen lepelen en Jack Johnson vanuit mijn energiebesparende laptop laten zingen? Zou ik ’s avonds voor het slapen gaan nog steeds datzelfde boek met die zwarte kat ter hand nemen en erin lezen tot vermoeidheid de nacht in mijn ogen duwt? Ik betwijfel het.

Daarom is het goed dat ik even hier ben. Daarom is het goed dat ik straks in Gent mijn kot weer zal mijden. Dit keer niet uit pijn of onrust. Gewoon omdat de boeken die zich voor mijn neus opstapelen nooit gelezen zullen worden als de overvloed aan nutteloze informatie – ruis zoals het boek dat ik momenteel lees het noemt – maar uit mijn qwerty-beestje blijft komen.

Pepe is naar Lorca, zijn thuishaven. Hij heeft Mexicaanse griep. Gisteren heb ik de hele avond met hem en zijn broer in één ruimte vertoefd. Blijf dus maar lekker uit mijn buurt straks, liefste gezonde vrienden. Gisteren wandelde ik uit de faculteit Cartuja naar beneden net na zonsondergang. Een rode gloed zweefde net boven de huizen en de temperatuur zakte langzaam tot het punt waar je een jas nodig hebt. Ik kon Librería Babel niet ontwijken en voegde nog twee boeken aan mijn collectie toe. In Calle San Juan De Dios liep ik Omar tegen het lijf, die bezig was aan zijn gebruikelijke avondwandeling met sigaretje. Het bracht mij op ideeën. Ik dropte mijn zakken in de piso en ging weer naar beneden, handen losjes in de zakken, en wandelde een blokje om.

Straks de bus naar Sevilla, naar Rocío.

Een dag later in de bibliotheek van de faculteit Letras y filosofía. Uit het zwarte boekje:

Op de bus naar Granada. Het was zo leuk om Rocío weer te zien! We gingen naar Starbucks en tapas eten de hele tijd vertellen over haar Turk en haar cursus om lerares te worden en gewoon de dingen des levens. Het lijkt bijna surreëel elkaar na een half jaar weer in Sevilla te zien. Ik was rustig en gelukkig, zij verliefd en gelukkig. Het is haar echt zo gegund. ’s Nachts gezellig in bed wat foto’s van Lisboa bekeken en vanochtend ontbeten in een cafetería, café con leche y media tostada de mantequilla y mermelada. Helemaal op z’n Spaans. Het was goed elkaar nog eens te zien. Zo blijft het allemaal echt. Straks ga ik naar Cartuja. Eerst nog twee uur op de bus.

Nog een uurtje op de bus. Ik ging net door de foto’s op mijn camera en voor het eerst kijk ik op alles terug met een glimlach. Er is veel verdriet geweest maar ook veel mooie tijden. Soms heb ik spijt dat ik niet meer genoten heb en me altijd zoveel zorgen gemaakt heb. Granada heb ik kunnen goedmaken door deze reis. Laat ons hopen Bulgarije ook door zijn komst naar Gent straks.

Ik hoop en wil echt dat 2010 een jaar zonder al te veel zorgen wordt, althans wat betreft de dingen die ik zelf in de hand heb. Niet meer huilen voor elke jongen. Niet meer stressen voor tonterías en geen enkele reis nog laten afhangen van de liefde! Dat 2010 een jaar moge zijn met veel gelach, veel koffies, veel vriendschap, boeken, reizen en avonturen, een diploma, een plan, een tekst door mij geschreven die écht de moeite waard is.

El perro andaluz

Posted 23 november 2009 by pajaroo
Categories: vliegen? (volar!)

Ik schrijf u maar meteen het vervolg op het vorige, dat ik niet meteen kon posten wegens geen internet. Ik ben opgestaan. Ik zit in de bibliotheek van de faculteit. Ik schrijf u dit bericht en dan ga ik over op de boeken, de thesis, Federico García Lorca.

Ik zal het u maar meteen meedelen: na de complete inzinking van vrijdag is het alleen maar beter gegaan. Zo kon u daarnet lezen dat ik nog een pure erasmus-nacht had en wat daarop volgde was een pure erasmus afterparty-dag. Mannen met katers rond de tafel en langzaam de dag beginnen. Ik nam een boek ter hand en toen de vooravond haar intrede deed begaf ik me naar buiten. De kioskero, ik zal hem misschien maar eens Omar beginnen noemen, want een mooie naam is het echt wel, bood me zijn arm aan en wij kuierden onder een nog steeds staalblauwe hemel. Daar mijn groene duffelcoatje zoals de marsman het altijd noemt compleet verloren gegaan was in het feestgedruis en zodoende stonk als de pest, had ik mijn vers aangeschafte deftige mantel aangetrokken. Qué guapa estás. En ik trakteerde hem meteen op een koffie. En daarna gingen we naar een plaats waar hij zelf, hippie als hij is, nooit of te nimmer zou heengaan. Echter vond hij de chocolate caliente in de Dunkin’ Coffee heerlijk en ik mijn chocolade-frambozenmilkshake ook. Toen was het zijn beurt. En plots stond ik tussen rockeros in El perro andaluz, de kleine groezelige bar waar mannen in zwarte t-shirts elkaar hun kersverse tatoeages tonen en meebrullen met hardrock en metal en ander geschreeuw. Maar het was leuk.

Hij begeleidde me naar de videoclub alwaar ik Annie Hall en Across the universe meenam. Zo gebeurde het dat Pepe, Julio y Susan eerst meezongen met Beatles-liedjes en daarna voor de tegengestelde partij supporterden tijdens de Masters. Helaas voor hen beet de Spanjaard in het zand tegen Federer.

Vandaag ontbeet ik in de faculteit. Media tostada mixta y zumo natural. Toast met boter en confituur en een versgeperst fruitsapje. Ik zit momenteel op de plaats waar ik vroeger zat. Pepe zat drie banken verder, toonde me gedichten uit een dik boek en plots viel de eerste sneeuw langs de erkerramen. Morgen ga ik naar Sevilla. Naar Rocío. Ik kan het bijna niet geloven. Het komt allemaal goed.

Uit het zwarte boekje:

Plots bedacht ik dat ik later zal zeggen dat mijn leven begonnen is op mijn eenentwintigste. Dat ik plots doorhad hoe het leven werkte. Dat ik afstudeerde aan de universiteit zonder ook maar iets te weten en dat ik daarna écht iets ging doen met mijn leven. Ik moet werken volgend jaar. Naar een ander land gaan. Écht iets leren. Ik voel het. Als ik nog langer blijf aanmodderen zal er nooit echt iets gebeuren. Vandaag zei ik tegen Omar dat zijn broer zes jaar van zijn leven verspild heeft door niet te studeren en een stomme job te doen en plots besefte ik dat mij hetzelfde te wachten staat als ik niet snel begin met leven.

Ik schrijf alleen. Naast mij zit een Spaanse jongeman Dostojevski te lezen. De andere wast af. Tennis speelt. Federer is op weg naar winst. En het voelt zoals het zou moeten voelen. Een avond als een andere in een leven als een ander. Ik onafhankelijk. Ik hoef geen bericht van niemand. Geen aandacht. Geen kus geen aanraking geen mooie woorden.

Granada 10

Posted 23 november 2009 by pajaroo
Categories: vliegen? (volar!)

Ik schaamde me een beetje de volgende ochtend, omdat ik zulke verdrietige dingen had geschreven. Ik werd wakker en de dag keek me meteen in de ogen. Ik at een appel in bed omdat de rest nog niet op was en ik dus niet zomaar de woonkamer kon binnenwandelen. Even later hoorde ik stemmen, stond op en zag drie jongens in pyjama’s rond de tafel zitten, drie koppen  dampende colacao – warme chocolademelk – voor hun neus en magdalena cakejes. Ik ging erbij zitten en meteen werd een vierde kop aan de tafel toegevoegd. Ze praatten wat, speelden gitaar en zongen Bob Dylan liedjes. Goeiemorgen!

Ik ging een wandelingetje maken en had tegen het middaguur afgesproken met de Nederlandse meisjes. We begonnen de op voorhand al geslaagde dag met een glas tinto de verano op een toeristisch terras met een heerlijk zonnetje en begaven ons toen naar de tempel van goed huisgemaakt voedsel, La taberna de Baco. We bestelden croquetas caseras met vlees en groenten die je mond helemaal met een zachte, rijke smaak vulden. De meisjes wilden nog een tinto, ik wilde een toetje. En dus bracht de dame even later een gigantisch stuk huisgemaakte tiramisu. Gelukkig bracht ze er ook drie lepeltjes bij. Ik nipte van mijn café cortado en zag dat het goed was.

Ik leerde bij over Utrecht en de interessante masters die je daar kunt volgen. We haalden herinneringen op aan onze erasmustijd en filosofeerden over het schoonheidsideaal en – uiteraard – de liefde.  Plots was het zes uur en we besloten de Mercadona aan te doen om voedsel in te slaan voor onze cena. Pasta koken voor een Italiaan, een uitdaging op zich.

Gauw werd ik tot youtube-dj gebombardeerd en ik deed mijn best de topnummers op onze oren los te laten die we later in de Granada 10 ongetwijfeld ook zouden tegenkomen. Drie meisjes dansten erop los en sneden groentjes wijl hun Italiaanse huisgenoot toekeek en zag dat het goed was. Plots was het middernacht, haalden wij een fles rum uit en stroomden twee typische Spanjaarden en een al even typische Spaanse deerne met een jurkje dat zo kort kwam dat het een slaaphemd leek binnen. In geen tijd was de rum verdwenen. In geen tijd begonnen laatstgenoemden te schreeuwen en luid verhalen te verkondigen. Wij besloten te gaan dansen. Zij besloten nog meer te gaan drinken.

Het gigantische oude theatergebouw was tot de nok gevuld. De muziek was exact hoe ik ze verwacht had: zwoel, marginaal, met een zweem van salsa en reggaeton. De mannen waren exact hoe ik ze verwacht had. Ik heb plaats nodig zei ik steevast. Ik wil gewoon dansen.

Dat heb ik gedaan. De ochtend hing reeds in de lucht toen ik huiswaarts wandelde. Ik at een ontbijtje voor ik mijn bed vond en verbaasde me niet over het feit dat de helft van mijn huisgenoten nog afwezig was. Ondertussen heb ik de keukentafel bereikt, met zicht op twee jongens met een kater en eentje met een griep. Vandaag wat lezen. En straks een koffietje met de kioskero. En morgen het echte werk. Opstaan. Faculteit. Boeken. Thesis. Lorca.

Marina’s goede raad

Posted 22 november 2009 by pajaroo
Categories: vliegen? (volar!)

Ik zal hier maar wat woorden droppen terwijl ik dj speel voor de cena. Ik wil u gewoon even laten weten dat ik beter ben. Er staat een goed glas rode wijn ribera del duero naast me, ik kreeg de kans om nog eens mijn legendarische pastasaus te bereiden en de twee hollandse meisjes waren het ideale gezelschap tijdens nog een dagje zonovergoten Granada.

Straks gaan we dansen als vroeger. In de marginaalste discotheek die deze goddelijke stad rijk is. Marina is er niet meer maar haar goede raad hou ik steeds in mijn achterhoofd. Verlies jezelf niet. Barbara Streisand had ook een grote neus Suzan. Je bent mooi zoals je bent.

Drie meisjes dansten op Sean Paul en Rihanna terwijl ze een slaatje bereidden. De Italiaanse jongen keek toe en zag dat het goed was. Het dessert is ron con cola en Granada 10 – legendarische discotheek.

Ik schrijf u morgen meer, wanneer ik weer nuchter ben. Nu moet ik even een nieuw plaatje opleggen.

Op eigen risico. Tristeza.

Posted 21 november 2009 by pajaroo
Categories: nutteloze overpeinzing, vliegen? (volar!)

Het was in La Tertulia, de legendarische bar in Granada. Er werd een hommage gehouden voor een dichter die zelfmoord had gepleegd tien jaar geleden. Vier mannen hielden ‘la tertulia’ (letterlijk: vaste bijeenkomst op café) op het kleine podium achteraan de bar. Ze vertelden verhalen en lazen gedichten voor. Ik begreep de grapjes niet maar wel de verhalen en gedichten. Ik dronk een koffie die Cien años de soledad heette en luisterde naar de conversaties van Pepe en zijn vrienden van Spaanse letterkunde. Ze klonken allemaal intelligent en ik vond de juiste woorden niet omdat het te lang geleden is dat ik nog een gesprek op niveau had met een Spaanstalige. En daar, in die bar waar Montero ooit mijn eerste brief meebracht, daar besefte ik plots waarom ik vlucht. Ik vertrek uit de ene plaats om er later weer terug te mogen keren. Om het gevoel te hebben dat de plaats waar ik elke dag wakker wordt mijn thuis is. Momenteel ben ik ver van huis. De nachtelijke straten van Granada brengen een overweldigend geluid voort van stemmen en vogels en gebroken glas. Het is middernacht en vrijdagavond en ik zit binnen, aan dit stukje elektronica. Omdat ik moe ben. In alle opzichten van het woord.

Ik vlucht uit Gent omdat het de avond voor ik vertrek speciaal maakt. Ik neem afscheid van mijn vrienden, wens ze het beste toe en besef wat ze voor me betekenen. Het lijkt alsof iedereen om me heen laaiend enthousiast is. Je gaat terug naar Granada hoera! En ik denk bij mezelf dat geen enkele plaats ter wereld me kan geven wat ik wil, omdat ik het zelf moet maken.

Het is een gevecht met mezelf. Ik worstel met de dagen, de uren, de minuten. Ik wil dat ze voorbij gaan en dat ik wakker word en alles goed is. Ik heb het allemaal niet meer op een rijtje. Het lijkt alsof ik stomdronken ben maar niets is minder waar. Vandaag zat ik tussen duizend boeken maar ik was verlamd. Kon niet bewegen, niet lezen, schrijven, eten, drinken. Ik keek naar buiten en de hemel was staalblauw, de kleur van de winter die de zomer aflost. Alsof herfst iets is wat wij noorderlingen hebben uitgevonden om het ongrijpbare verdriet van alledag te verantwoorden. Ik keek naar binnen en mijn hart was tot boven gevuld met ballast. Ik stootte een noodkreet uit en bloed kleefde aan de toetsen van het enige papier dat door mijn handen gleed.

Ik heb de muziek wat luider gezet zodat ik het feestgedruis niet hoor.

Ik vertelde je dat het soms lijkt alsof mijn leven voorbijgaat en ik toekijk van op de zijlijn. Ik vertelde je hoe banaal mijn dagen zijn en hoe graag ik de dingen zou willen die voor iedereen vanzelfsprekend zijn en die ik maar niet schijn te kunnen vatten. Je weigerde te geloven. Ik ben je zo dankbaar omdat je weigerde te geloven dat ik naast het leven liep. Je bleef maar herhalen dat ik donders goed wist wat ik deed, dat ik me nooit zo zou laten meevoeren tegen mijn wil. Vastberaden was je. Je geloofde dat ik kon schrijven. Je geloofde dat ik het leven kon leiden dat ik altijd gewild heb.

Mijn handen bloeden woorden.
Jij rookt je zoveelste sigaret.
Iemand berooft zich van het leven.
Er vliegt een vogel over je hoofd
en per ongeluk schrijf ik een gedicht.

Op lange termijn zul je altijd gelukkig zijn.

Wacht geen drie maanden.

Chocolate caliente

Posted 20 november 2009 by pajaroo
Categories: vliegen? (volar!)

Ik probeer begrijpen waarom ik altijd ‘vlieg’ of ‘vlucht’. Waarom denk ik dat wat ik voel zal veranderen door naar een andere plaats te gaan? En meer nog, wat gaat er door mijn hoofd wanneer ik beslis alleen te gaan?

Gisteren was een samenvatting van de hele Granada-ervaring. Ik stond op, nam een douche en begaf me naar de met zacht zonlicht overgoten straten. Mijn ontbijt kocht ik in een hele oude deftige bakkerij. Een taartje dat ik me herinner, met kip en amandelen, bereid op Arabische wijze. Ik wandel. De eerste winkel die ik binnenwandel is die waar ik ooit een jurkje kocht met een Spaans gedicht, een broek met gele vlinders, en waarvan elke zichzelf respecterende fashionista tegenwoordig een item heeft in onze contreien. Maar ik zocht en vond , in de kortingsectie uiteraard, een grijs t-shirt met een rood strikje en eindeloze mouwen en ik voelde dat het zo goed als zeker nooit over de grens was uitgevoerd.

Rond de middag ging ik met de kioskero een chocolate caliente drinken, de hete, dikke chocolademelk die ik nergens zo lekker heb gedronken en die voor mijn neus stond maanden terug toen ik met droeve ogen langs zijn kiosk wandelde en hij me uitnodigde om iets te gaan drinken. Hij nodigde uit om te blijven eten – rode bonen met chorizo, typisch Spaans en zowat het zwaarste middagmaal ooit – en de repente werd ik zo moe dat ik voor het eerst in een halfjaar nog eens siesta hield. Hij kwam naast me liggen, legde zijn arm om me heen en ik viel als een blok in slaap.

Plots was het veel later, ik staarde naar het plafond, geluidloze tranen gleden over mijn gezicht. Qué pasa mi chica? Qué pasa? No lo sé. Ik weet het niet. Ben je verdrietig om de bulgaar vraagt hij. Nee zeg ik. Nee, helemaal niet. Het is geen welomlijnd gevoel. Het is emotie, angst, frustratie, allemaal op wonderlijke wijze vermengd in een druppel die zich een weg baant uit je ooghoek naar beneden.

Het is het gevoel waar ook ter wereld alleen te zijn.

Om zeven uur had ik met mijn gastheer afgesproken aan de kathedraal. Naast ons zat een koppeltje duchtig te kussen. Qué bonito zei hij. Hij vertelde over een Frans erasmusmeisje dat hij leuk vond. En dat hij om de haverklap andere gevoelens heeft en zo – onze casanova – onvermijdelijk talloze harten breekt. We gingen de sleutels kopiëren. We keken naar een concert van Jacques Brel. Hij vroeg of ik vaak aan hem gedacht had de laatste maanden. Nee.

En toen landde plots de avond, enkele uren later dan dat bij ons gebeurt. Vijf meisjes zaten rond een tafeltje en aten gratis tapas bij een glas wijn of een pintje. Ze praatten over los signos, over dat ik weegschaal ben, en lucht, en wat dat allemaal betekent. Over de liefde, en hoe we alle vijf single waren, met liefdes op afstand, letterlijk en figuurlijk.

Een lief Nederlands meisje vergezelde me nog naar de chupitería, op haar elegante hakjes in een adembenemende little black dress en we goten genoeg van de zoete mengelingen binnen om onszelf elk een mechero – aansteker – kadoo te doen. We wandelden, zochten, en vonden uiteindelijk haar huisgenoot en goedkope tinto de verano. En zo sloop ik midden in de nacht het kot binnen waar twee broers al rustig lagen te slapen.

The End. (2)

Posted 20 november 2009 by pajaroo
Categories: vliegen? (volar!)

Er is geen draadloze internetaansluiting, maar ik ben er wel. Ik zit op het bed van Pepe, in zijn kamer, terwijl hij op de sofa slaapt in de woonkamer van het appartement dat hij samen met zijn oudere broer Julio deelt. Ik ben in Granada. Ik ben er. Ik ben er.

Ik zag hem en het voelde goed. Er zijn geen sporen van het tragische liefdesverhaal dat we deelden. Enkel nog de mooie herinneringen. ‘Dat is het meisje van de anonieme brieven’. Zo stelt hij me aan zijn broer voor. Ze leggen Suzanne van Leonard Cohen op en Jacques Brel. Je zou je voor minder thuis voelen. Morgen gaan we mijn kotsleutel gaan bijmaken zegt hij, dan kun je doen waar je zin in hebt. Je mag mijn fiets gebruiken, mijn wachtwoord voor internet op de universiteit.

‘Mag ik dan ook een exemplaar van je dichtbundel?’
‘Die is al uitgeput. Weet je, ik heb ook een gedicht aan jou opgedragen.’
‘Niemand heeft ooit aan mij een gedicht opgedragen.’ En ik glimlach.

Het desbetreffende gedicht heet Café Bohemia, naar de plaats waar we onze eerste ontmoeting hadden, een blind date van de beste soort. Hij schaamt zich wat zegt hij, maar hij zal het voorlezen de laatste dag dat ik hier ben. (Voor wie nu pas deze verhaallijn volgt, verwijs ik u graag terug naar vroegere tijden. De link vindt u onderaan.)

Vrijdag houdt Luís García Montero een lezing in Granada. In het café waar ik het eerste antwoord op mijn eerste anonieme brief ontving uit zijn handen. Ik heb een vreemd voorgevoel dat we hier alle verhalen op een mooie manier zullen afsluiten.

‘Ik wil nog eens naar Gent komen.’
‘Altijd welkom.’
‘Ik ben blij dat je hier bent.’
‘Ik ook.’
‘Buenas noches.’

http://lospajarosdedonjacques.wordpress.com/2008/12/07/the-end/

 

Vluchten

Posted 15 november 2009 by pajaroo
Categories: nutteloze overpeinzing, vliegen? (volar!)

Uit een oud schriftje, geschreven de laatste keer dat ik terug naar Granada ging, ergens in april.

We zijn altijd onderweg. Tussen Sevilla en Granada. Tussen Granada en Madrid. Tussen de persoon die we waren en die die we plots geworden zijn. Het regent katten en honden en mijn hoofd gloeit terwijl ik ril. Dostojevski ligt naast me en neemt me mee in een wereld van moorden en ijldromen. Wie ben ik en waar ga ik heen.

Had je dan gedacht dat alles hetzelfde zou zijn gebleven? Ik ben veranderd. Jij bent veranderd. De stad is veranderd. Heraclitus. Alles stroomt. Todo cambia. Ik weet het niet zo goed zeg ik.

Het is donker buiten. Het regent pijpestelen in het anders zo droge Andalucía en ik vraag me af of ik er voor iets tussen zit. Straks breng ik de nacht door op de luchthaven van Madrid. Straks ben ik een reiziger die vergeefs op plastieken stoeltjes probeert te slapen. Maar ik geloof dat alles goed komt.

Mijn demonen zullen langzaam vervagen en op een dag zal ik me amper nog afvragen of het heelal niet gewoon in een schelp zit op de bodem van een aquarium in het huis van een oude man. Maar eerst Dostojevski lezen. Mijn koorts uitslapen. Jou een plaats geven in mijn verleden in Granada.

Over drie dagen ga ik terug. Ik had nochtans gezworen nooit meer dezelfde fout te maken. Maar zie. Zelfs in Bulgarije kwam ik de demonen weer tegen. Het is een stemmetje in mezelf dat zegt dat ik reis om te vluchten en dat ik daarmee moet stoppen. Deze vlucht naar mijn voormalige erasmusstad heb ik geboekt de dag nadat het vliegtuig uit Sofia in Charleroi landde. Reizen om te vluchten? Of om jezelf weer tegen te komen?

Un jardin après la mousson

Posted 15 november 2009 by pajaroo
Categories: dit is de liefde dames en heren

Mijn ooghoeken werden vochtig en ik wist met mezelf geen blijf. Ik liet me letterlijk meevoeren met de wind tot aan het station en ging naar huis. Op de trein, onderweg, gaf ik een teken van leven, een noodsignaal. Hij kwam me oppikken aan het station. Mijn prins op de 4×4. Ik nam zijn arm en voelde me veilig, de hele namiddag lang. We dronken een espresso in een koffiehuis waar de bonen constant stromen. We wandelden, kochten pralines in het winkeltje waar zijn familie zich  al generaties lang van de beste chocolade voorziet. Hij kocht me un jardin après la  mousson en het rook anders dan alle andere geuren die ik ooit op mijn huid had gevoeld.

Daarmee zul je échte mannen aantrekken zei hij. Ik nam zijn hand en verstrengelde mijn vingers tussen de zijne. Toen gingen we een hamburger eten. Als dessert stak ik een praline in mijn mond. Het vloekte een beetje maar het klopte toch helemaal. Je hebt me gered zei ik. We zullen toch ooit moeten trouwen zei hij. Ik zou goed voor je zorgen. Ik ook voor jou.