Can we have the bill please?

11 augustus 2010

Er staat een hart op de voorkant van dit boekje. Het wordt gevormd door de woorden MUSIC. LOVE. TRAVEL. FREEDOM. Leuzen van peace & love in herinnering aan Woodstock. Ik zit op de trein. We staan stil tussen Hongarije en Roemenie. De marsman slaapt. Dit potlood ‘pakt’ perfect op de verharde pagina’s van dit als schetsboek bedoelde boekje. Veertien uur geleden heb ik afscheid genomen van mijn geliefde. Ik zie je graag zei ik en ik hoorde de marsman hetzelfde doen tegen haar wederhelft. Ik ben bang. Ik ben bang en ik moet huilen. Op het vliegtuig. In de metro. En nu ook op deze heerlijk gezellige trein waarvan de brede ramen ons een uitzicht geven op een vlakke oase van groen. Ik haat afscheid. Dat heb ik vandaag beseft. Vroeger hield ik ervan, omdat het een mooi en intens beeld schept van wie je bent en hoe je je voelt.

Vroeger hield ik ook van Rock Werchter en Jezus Christus.

Het is anders nu. Nu hou ik alleen van jou, mijn liefste, en de gedachte dat ik dertig dagen en duizenden kilometers van je verwijderd ben maakt me gek. De zon blaakt van vertrouwen aan de hemel en ik probeer mijn vertroebelde geest op orde te brengen. Ik wil nooit meer om vier uur ‘s ochtends aan die smalle voordeur staan en afscheid van je nemen. Ik ben verslaafd geworden aan de aanblik van je gezicht, de aanraking van je hand, het geruststellende timbre van je stem. Het is als een mantra diep in mijn denken gevestigd: waar jij bent is de enige plaats waar ik wil zijn.

13 augustus 2010

Op de trein van Cluj-Napoca naar Brasov. Ik durfde niet goed te schrijven omdat ik bang was – daar is dat woord weer – dat ik misschien emotioneel zou worden. Toen we op de trein stapten was hij bijna leeg, maar langzaam aan, terwijl we hooibalen en wijngaarden, schaapherders en naakte kinderen voorbij zien komen, vult het comfortabele rijtuig zich met tetterende jongedames en brommend pratende oude mannetjes.

Gisteren belandden we na 17 uur reizen en een oranjerode zonsondergang in het met lichtreclames en gokpaleizen, pitakramen en zatlappen gevulde Cluj-Napoca. We strompelden naar Retro Hostel en beslisten terstond ons verblijf met een nacht in te korten. ‘We zijn onderweg naar Istanbul, ziet u.’ Gelukkig bleek Cluj ‘Margiland’ Napoca overdag een veel fraaier uitzicht te bieden en genoeg vertier om een volledige, met zon overgoten dag te vullen. Het begon in een cafeetje waar de taartjes met vier lagen – notencreme, brownie, cake, slagroom, caramel, cappuccino, u kiest maar – 3,5 lei ofte nog geen euro kostten en waar wij onafgebroken smekten en grijnsden. Ik praatte over mijn geliefde en soms voelde ik een vlaag van gemis maar het werd beter, gestaag, en ik werd rustiger.

We kochtten een kilo pruimen op de lokale markt nadat de marktkraamster er ons geen vier wilde verkopen en we wandelden het kleine wel-willen-maar-niet-kunnen stadscentrum uit naar de botanische tuin. De gigantische, in volle zon badende tuin, vol met wegeltjes die tussen vijvers en serres kronkelden, was een oase van groen en rust alwaar wij de namiddag al keuvelend doorbrachten op een bankje in de schaduw. Toen wij een beginnende honger voelden opkomen, begaven wij ons naar de andere kant van het centrum, naar een kleine inham van een kleine straat die volledig aan ons oog onttrokken was geweest ware het niet dat de lonely planet de zaak de hemel in prees om haar authenticiteit. Het is mij eender of verse zalm met champignons in een goddelijk sausje typisch Roemeens is, maar wij werden gelukkiger bij elke hap. De obligate koffie achteraf namen wij op een ultrahip terras pal in het centrum, dat de voorbijrazende voertuigen probeerde te doen vergeten met loungecovers van Michael Jackson en andere hits. De latte en de moccha waren waarlijk voortreffelijk en de toiletten verbazingwekkend futuristisch. We lazen een boekje – Tolstoj voor de marsman en Saramago voor mezelf – en wandelden nog een blokje om naar een gezellig filmpostercafe, alwaar we zoveel energie kregen dat we nog een paar blokjes om wandelden. Toen wij rond middernacht het hostel bereikten, liepen we recht in het bevredigende gezelschap van een Roemeens-Amerikaans jong koppel dat ons onderhield met verhalen over hun Grieks-Orthodoxe wedding en de virussen die haar lokale Roemeens familie op hem had overgedragen. Slaapwel!

Vandaag namen we om twee uur de trein naar Brasov, maar niet nadat we als ontbijt een omelet met tomaat en mysterieus lekkere kruiden hadden gecombineerd met twee weerom voortreffelijke koffies. De Roemenen hebben misschien nog niet ons hart, maar toch zeker al onze smaakpapillen gestolen.

15 augustus 2010

Noot aan mijn geliefde: ik zit op de trein naar Boekarest, in jouw trui (airco!), met jouw koptelefoon te luisteren naar Luke Vibert, jouw muziek! Het bruingele interieur van de trein loopt haast naadloos over in de Roemeense oudjes naast ons en de brede ramen schotelen ons majestueuze taferelen voor: uitgestrekte bossen, bergketens en rotskliffen. Maar ik keer even terug naar Brasov, alwaar wij twee nachten – een rustig, in welgekomen properheid, een slapeloos en lawaaierig – en een volledige dag doorbrachten.

Het begon allemaal op twee zwarte stoeltjes op het terrasje van Cafeteca dat haar naam alle eer aandeed en ons twee Ice Moccha bommen bracht alwaar we wel eventjes zoet (oh ja!) mee waren. Het kleine stadscentrum was vrolijk druk bevolkt en de terrasjes vormden een aaneengesloten strook. Ons goedgeoefende oog spotte een glas fres orange juice en even later schoven wij onze voetjes onder tafel voor wat een uitgebreid en verrukkelijk ontbijt zou worden: schapenkaas, brood, honing, omelet, tomaten, koffie, juice en een rekening van welgeteld 39 lei ofte nog geen tien euro alles samen. En toen moest de dag nog beginnen, dacht u? Wij wandelden naar een perfect aangelegd park alwaar wij op rode bankjes de eerste van wat een hele reeks trouwerijen zou worden aanschouwden. Ondergetekende deed verscheidene pogingen om de witte, hollywoodiaanse blokletters die het woord Brasov vormden in het groen rondom de stad vast te leggen. Heerlijke Roemeense kitch! Wanneer wij door het centrum wandelden zagen wij huizen, gebouwen en muren in de leukste kleuren en bij een eenvoudige ijskoffie schreef ik het tweede kaartje naar mijn geliefde. Een korte boswandeling bergop bracht ons bij een der uitkijktorens van waaruit wij, uiteraard, uitkeken over de stad. Van al dat wandelen hadden wij honger gekregen en pal op het kerkplein serveerde een der vele restaurantjes ons het eerste rasechte Roemeens maal, vergezeld van de eerste kan zelfgemaakte citroenlimonade. We aten wijnbladeren gevuld met rijst en gekruid gehakt – sarmale - met kool en maispuree ofste mamaliga. Vanavond komen we aan in Boekarest, alwaar we drie dagen blijven alvorens naar Istanbul te trekken.

17 augustus 2010

Vanop het terras ‘ Le Bourgeois’, een cafe-eethuisje dat haar naam alle eer aandoet. De koffies zijn er koninklijk, je krijgt er een klein croissantje bij en een glas water, en de vegetarische pasta die we er deze middag aten was licht en lekker. De aubergines en paprika’s waren gegrild in plaats van gestoofd, zo knapperig en met een zwart randje.

Zondagmiddag, na een uurtje mussen voederen op het perron en een paar uur treinen, kwamen we in een broeierig heet Boekarest aan. De hitte sloot zich om je heen als een tweede huid en de kleinste bewegingen lokten zweetstroopjes uit. Ik was moe en had weinig energie en de met zweren overdekte, lijmsnuivende man maakte ons bang. Stationsbuurten zijn nooit de mooiste maar die van Boekarest overtrof alles: de vervelende taxichauffeurs, de fluitende mannen, de toegetakelde bedelaars, de lelijke gebouwen en de vieze geur. We werden wat moedeloos en besloten de enige echte cinema op te zoeken en ons daar enkele uren van alle indrukken af te sluiten. De straten waren breed, troosteloos, eindeloos, vuil, vol toeterende en gierend remmende auto’s, de omringende gebouwen lelijk en grauw, Oostblokstijl met Westerse lichtreclame bovenaan. De troosteloosheid zelve. De film was Inception, duurde zeer lang en bevond zich in een hypermodern (dus daar gaat al het geld naartoe!) winkelcomplex met airco. Omdat we bijna twee uur nodig hadden om er te raken besloten we de bus terug te nemen die ons, helaas, weer afzette aan het station. Ik kreeg een paniekaanval en de daaruit volgende instinctieve reactie: we gaan zo snel mogelijk naar ons hostel, negeren elke mannelijke persoon die in onze buurt komt en mijden onverlichte straten, gsm in de hand met hulpbericht naar het thuisfront reeds getypt ‘Papa ik ben in Boekarest en er is iets mis’.

Het bleek niet nodig. De marsman loodste ons als een ware held weg van het station recht naar onze slaapplaats, The Midland Youth Hostel 2, een veilige haven in een vijandige stad. De sfeer was er warm en rustig, het personeel vriendelijk, de bedden groot en comfortabel, de douches proper en de airco in de kamer goddelijk. Enjoy your body. Use it every way you can. It’s the greates instrument you’ll ever own. De positieve energie spatte van de muren. Ik tuimelde in een diepe slaap en werd als herboren wakker.

De volgende dag besloten wij onze eerste indrukken overboord te gooien en op zoek te gaan naar wat schoonheid in dit op het eerste gezicht godvergeten oord. Het begon bij het ontijt, dat wij in een overdekt steegje namen en dat bestond uit pannenkoeken, de lokale specialiteit – ze noemen ze crepes omdat ze graag Parijs nadoen – met confituur en slagroom en een kan versgemaakte limonada. We wandelden naar het historisch centrum en vonden daar een klein kerkje waar monniken in zwarte pijen rondwandelden en gezangen hielden. Er was een ommuurd tuintje bij met groen en oude stenen platen met religieuze opschriften. De vele terrasjes in het oude centrum ontlokten ons een eerste echte glimlach. We ontdekten ‘Le Bourgeois’  en bleven daar enkele uren plakken, letterlijk, van het zweet, aan de comfortabele stoeltjes.

We besloten onze tocht verder te zetten met als volgende doel een English Bookstore die bijna onvindbaar bleek te zijn, daar de lonely planet haar bolletjes vaak eens op de foute hoek van de straat plaatst op haar minuscule kaartjes. We waren ergens ‘verdwaald’, per ongeluk afgeweken van het pad, toen een onverwachte gebeurtenis ons op de grens tussen positief en negatief balancerende beeld van de Roemeense hoofdstad definitief deed omslaan in de goede richting. Het was een klein winkeltje, en we waren er bijna aan voorbijgewandeld, toen mijn romantisch getrainde oog viel op een kaartje met een hartje. Ik loodste de marsman binnen. Het waren witte kaartjes met zwart-rode cartoons en mopjes in het Roemeens, en het kaartje met het hartje leek mij ideaal voor het verzenden naar een verafgelegen wederhelft. De marsman ontdekte een linnen zak met het al even romantische, revolutionaire opschrift Make Love Not Wall. Toen we de zak kochten, kregen we de kaartjes gratis en het begon ons te dagen dat de oude man met de oneindig jonge blauwe ogen de auteur was van de kaartjes, de zakken, de kopjes en de boeken. Onze interesse had de zijne gewekt en hij begon vol hartstocht over zijn werk te praten. Dat hij politieke cartoons schreef ten tijde van Ceausescu en dat net na de revolutie en de daarop volgende executie van de dictator en zijn vrouw tienduizenden mensen voor zijn winkeltje samentroepten om een exemplaar van zijn boek te bemachtigen. Het bewijs hing zwart op wit ingekaderd aan de muur: een artikel uit The Wall Street Journal van januari 1990, amper enkele weken na de beruchte 21 en 25 december 1989, met een foto van een mensenmenigte in de rij.

Hij bleef ons verhalen vertellen, over hoe hij nog uit de handen van Wilfried Martens de eerste prijs op het cartoonfestival van Knokke Heist had gekregen voor een cartoon met brailleschrift op een stel fraai getekende naakte borsten. Die twinkelende oogjes en het bijhorende lachje toen hij het vertelde. Hij had een beeldschone dochter die in Londen woont en van wie hij van haar zesde tot haar 29ste om de paar jaar een zwart-wit foto nam in hetzelfde jurkje. Er bestond een poster van en we kregen hem gratis mee. We besloten een boek te kopen en we vroegen of hij het wilde signeren, wat hij uiteraard deed. Toen we uitgerekend hadden dat alles samen zo’n 75 lei ofte 17 euro zou kosten, haalden we ons geld boven en begon een staaltje nooitgezien omgekeerd afdingen. Hij wilde ons alles gratis meegeven! Uiteindelijk liet hij ons 30 lei – rekent u zelf maar uit – betalen en gaf hij er nog wat stickers bovenop. Mihai Stanescu. Googlet u hem maar. Dat hebben wij ook gedaan.

Met een grijns van oor tot oor vervolgenden wij onze tocht naar de Onvindbare Engelse Boekwinkel, posters onder de arm, enthousiaste kreetjes uitstotend als We kunnen hem een kaartje sturen vanuit Istanbul! of Amaai zo zalig! De boekwinkel was adembenemend. Niet omdat hij per se zo mooi was maar omdat hij enkele zeer mooie en speciale boeken herbergde. Met het oog op de komende tochten besloten we niets te kopen maar foto’s te nemen van de covers. We bleven zeker een uur zitten, terwijl de marsman fraai vormgegeven boeken doorbladerde en ik twee PostSecret boeken volledig uitlas en me plots veel minder gestoord voelde. Daarna zochten en vonden we verkoeling in het grote en mooi aangelegde park aan de rand van het centrum. We zaten er op een terrasje aan de oevers van een groot meer en schreven de net aangeschafte kaartjes naar onze geliefde, we zagen zwanen een verfrissende douche nemen onder een watervalletje en namen foto’s van onszelf met een pretsel ‘susan’, met sezamzaadjes. Van die handeling en de daarbijhorende geuren kregen we zoveel honger dat we ons begaven naar het luidruchtige, als een soort varietetheater ingerichte restaurant waar de lokale liefhebbers afgewisseld werden met nieuwsgierige bezoekers zoals wij. Het eten was, naast schandalig goedkoop, ook uitzonderlijk lekker. De marsman at vegetarisch, met zakuska, een onbestemd doch verrassend lekkere groentenpuree en een auberginebereiding, terwijl ik volledig in beslag genomen werd door squash, volgens wikipedia een groente die het midden houdt tussen pompoen en courgette, gevuld met heerlijk gekruid gehakt, een tomatensausje en een kannetje zure room.

De avond ging geleidelijk over in de nacht en onze vermoeide voeten voerden ons spontaan terug naar het hostel, alwaar de mensen vriendelijk waren en de douches welgekomen en verfrissend. Ik nam plaats aan een der computers en vond zowaar mijn geliefde online. Het werd een enthousiast getypt gesprek gevuld met verhalen en eenvoudige liefdesverklaringen, onderbroken door internetperikelen (in Belgie welteverstaan!) en afgesloten in schoonheid. Voor het eerst deze week leek liefde zo eenvoudig als op reis gaan en weer terugkeren. Onnodig te vermelden dat ik dolgelukkig in slaap viel.

Vandaag werd duidelijk dat Boekarest veel van haar mooiste plekjes al had prijsgegeven en wij bleven tot de middag in bed liggen, enkel onderbroken door een vlug gratis ontbijt. Weerom verdwaald onderweg naar een onvindbare koffieplek ontdekten we een verborgen jazzcafe waar naast de houten beschilderde bankjes ook de ober een streling voor het oog was en er een koffie bestond die kokos en slagroom combineerde in een groot glas. We lunchten in het cafe waar ik nu weer, nog steeds, zit samen met de marsman, na een mocchachino, een cappuccino, een latte macchiato en een appel-cassis-kaneel tee en urenlang kijkplezier in wat onderhand de place to be lijkt voor de jonge levendige Roemenen. We hebben net ons obermeisje een royale fooi gegeven en haar zien glimlachen toen ze het boekje opendeed. Ons laatste Roemeense avondmaal zal plaatsvinden in een rustig straatje met een goede fles wijn en een vast en zeker rijkgevuld bord.

Roemenie is een vreemd land, met donkere, onheilspellende bergen naast vrolijke stadjes en grote lelijke gebouwen naast vriendelijke parkjes. Elke, maar dan ook elke koffie die we dronken smaakte fantastisch en de vele maaltijden die we vrolijk naar binnen speelden waren stuk voor stuk licht, vers, overdreven vol van smaak en zeer goedkoop. Dit arme, enigszins charmante land heeft dus zeker onze smaakpapillen gestolen en, als voorbereiding op Istanbul, ook een beetje ons hart.

Explore posts in the same categories: zij kwamen uit het Oosten

Eén reactie op “Can we have the bill please?”

  1. marieke Zegt:

    Ik droom er zo bij weg. Al een tijd niet met je gesproken, maar dit is Suzan wat ik lees, Puur Suzan!


Geef een reactie

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log Out / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log Out / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log Out / Bijwerken )

Verbinden met %s


Follow

Get every new post delivered to your Inbox.