Cafe Suzam

18 augustus 2010

De smaak van vrijheid is er een die je meteen herkent wanneer ze zich aandient. Je leunt met je armen op een open raam van de hobbeltrein tussen Boekarest en Istanbul. Je hoeft je hand maar uit te strekken om het groen aan te raken. Het groen van bossen en bergen, van vlaktes, eindeloos, van bemoste kliffen en hooibalen op de heuvelachtige weides. ‘I could do this all day’ zegt de Amerikaanse jongen die naast je staat. Hij is van Iers, Pools, Italiaans & Duitse afkomst en studeert sculptuur in Berlijn. ‘When I get home, this is one of the moments I will remember’  antwoord ik. Ik wuif uitbundig naar drie Bulgaarse opa’s die naast een stationnetje rond een radio zitten. Ze lachen even uitbundig terug. Dit moet zowaar een van de gelukkigste momenten uit mijn leven zijn, bedenk ik, en ik glimlach en staar wat dromerig naar het zich eindeloos herhalende groen.

Ik zit op een trein die rakelings en onverschrokken door ongerepte natuur hobbelt. Naast mij staat de persoon die ik daar het liefste wil. Ik studeer af. Ik ga in het mooiste huis wonen. Ik heb thuis de rust en de liefde van mijn leven die op me wacht. Ik heb nog drie weken fantastische reis voor de boeg. Ik heb een potlood in de hand en het papier op mijn schoot. Ik ruik, ik zie, ik hoor, ik voel complete vrijheid. De avond valt snel en adembenemend en een veel te lang vergeten gevoel vult mij weer met die verwachting en verwondering en een glimp van wat niet in woorden gevat kan worden. Het is avond in Bulgarije, en het zal ochtend worden in Istanbul.

19 augustus 2010

We zitten op een bus nu. Na wat met recht een zalige, helse, veel te korte, veel te vaak onderbroken ‘nacht’ genoemd kan worden, werden we plots gewekt en moesten we onze kussens en lakens weer afgeven. En nu zitten we dus plots op een bus. Hopelijk richting Istanbul!

Ik schreef gisteren dat het avond was in Bulgarije en dat het ochtend zou worden in Istanbul, maar ik had duidelijk naast de realiteit gekeken. Luttele uren later stopten wij plots in ‘Dimitrovgrad’, een Bulgaars gehucht als een ander, ware het niet dat we daar uiteindelijk meer dan twee uur stil stonden, wachtend op een aanhangsel voor onze ultrakorte treintje dat maar niet leek te komen. De Amerikaanse buurjongen\kunstenaar en mezelve onderhielden een lange conversatie over cheerleaders en de vijftig staten en hij toonde mij zijn schetsboek, waarop ik hem prompt vroeg een portret van mij te maken, wat hij na lang aarzelen ook deed, in houtskool. Hij had mij op voorhand gewaarschuwd dat alle portretten die hij maakte uiteindelijk vooral op zichzelf leken en het was een beetje waar, maar mijn neus was onmiskenbaar, en ik was er heel blij mee!

De trein stond nog steeds stil en wij begaven ons naar buiten, om in een mengeling van Duitsers, Zwiters en een hele hoop tweeliterflessen Bulgaarse pivo terecht te komen. Ik trakteerde mijn portretteur op een pintje en even later kregen we home made zoete witte wijn van de grootvader van een knappe androgyne Roemeense Duitser. En dan plots, als uit het niets, kwam het andere treinstel en waren wij maar net op tijd om de sporen razendsnel over te steken en op de meteen weer rijdende trein te springen. Wat een avontuur, dachten wij, en we maakten onze driehoge minibedjes op en gingen slapen. Helaas dacht de border control daar anders over. Tot vier keer toe werden we gewekt door arrogant grijnzende mannen in uniform die ons paspoort vroegen, en als kers op de taart mochten we om vier uur ‘s ochtends een uur buiten in de rij staan om een Turks visum en een stempeltje te krijgen. Ik dank u zeer, Turkse autoriteiten, mottigaards!

21 augustus 2010

Ik ben een beetje zenuwachtig. We zitten nochtans in een perfect gelegen eetcafe waar verschillende geuren versmelten voor ze je neus bereiken. Straks ga ik naar een telefoonhokje met een telefoonkaart een, hopelijk succesvol, telefoontje plegen naar mijn geliefde. Over Istanbul valt, het zal u niet verbazen, veel te vertellen. De aanhoudende & drukkende warmte heeft mij loom gemaakt, en de voortdurende verandering van hitte naar airco lokt lichte verkoudheden uit. Ik ben een beetje moe. Dat komt door de drukte, een onmiskenbaar en onlosmakelijk met Istanbul verbonden fenomeen.

Laten we het eerst eens hebben over de mannen. We hadden onze eerste lunch en we kregen al een gratis theetje aangeboden door een der obers, enkel en alleen zo leek, om ons nog een kwartiertje langer te kunnen gadeslaan. Het was schattig en ze waren vriendelijk. De volgende dag gingen we naar de Grote Bazaar alwaar we constant nagefloten, nageroepen, aangeraakt en benaderd werden. Verkoperstruukjes, vermoeiend maar verstaanbaar. Vervelender vond ik het om gewoon tijdens een wandeling lastiggevallen te worden. Als vrouw is het moeilijk om een doodgewone conversatie aan te knopen zonder dat de gesprekspartner andere bedoelingen koestert. Gisteren belandden we na een hele dag drukte en drukkende warmte in een natuurlijk, oprecht restaurantje in een gezellig drukke straat. De kok was een vrouw en haar gerechten waren met liefde en oog voor detail geprepareerd en afgewerkt. Ik at een typisch eenvoudig Turks gerecht dat naar ongekende culinaire hoogtes werd getild, door de echte, diepe smaak en de originele presentatie. Gehakballetjes, köfte, pittig gekruid, op een bedje van blokjes Turks brood, perfect knapperig gebakken, overgoten met een gekruid tomatensausje en zure room. Eenvoudig maar o zo lekker. Onze glazen werden constant bijgevuld door een der oplettende obers. Een van hen, de jongste, knoop een stuntelig gesprek aan met de marsman – What’s your name? Dafnee. Lovely? No, Dafnee. Ah, Lovely? – alvorens haar zijn naam en nummer op een kaartje te presenteren. Zeer schattig. Helaas voor Hamid was de marsman niet geinteresseerd. Naar wie haar interesse echter telkens wel weer uitgaat is een der werknemers van ons hostel, een oudere man die ons elke ochtend een magistraal ontbijt voorschotelt. Er is joehoert en muesli, verse groenten, meloen, appel, honing en vandaag kwam de man in kwestie op en af lopen met versgebakken pannenkoeken, nadat hem ter ore gekomen was dat een Hollands meisje het ontbijt had overgeslagen, iets wat hem oprecht zorgen baarde. De allerlaatste pannenkoek was een hartvormige, overgoten met honing. Het meisje in kwestie was nog steeds niet komen opdagen toen onze charmante, uiterst knappe kamergenoot de ontbijtzaal binnenwandelde en het kleinood met groot genoegen naar binnen speelde. Hij heet Richard en gisteravond had ik een urenlang gesprek met hem. Half Armeens, half Schots-Oekrains, in Londen wonend, film en visuele antropologie studerend, kortverhalen schrijvend, vormde hij de perfecte tegenspeler voor een gesprek over het leven en de liefde. Het was zo een van die gesprekken die alle vervelende opmerkingen van mannelijke creaturen in een klap doen vergeten. ‘My mum was a high class prostitute. That’s how she met my dad.’ Touche!

Ons hostel heet Neverland en vormt een kruising tussen een kraakpand en een hippiecommune. Je mag er vrij op de muren tekenen en schilderen en dat wordt ook kwistig gedaan. het ligt, zonder overdrijven, in de mooiste en artistiekste straat van Istanbul en ze straalt een onmiddellijke rust uit, zelfs als je net uit een overvolle, met lonkende mannen gevulde winkelstraat bent ontsnapt. Het absolute hoogtepunt in onze straat echter, moest het kledingatelier zijn, waar meisjes in de winkel de kleren zitten te stikken die het ontwerpersduo daar ter plekke creeert. Getuige daarvan de vele patronen aan de muur, de naaimachines en de grote rollen stof. De marsman en ik vonden elk ons droomexemplaar, een uniek stuk, ‘we change the collection every month’, dat daar ter plekke met spelden en krijtlijntjes aan ons lijf werd aangepast. Vanavond mogen wij onze hoogstpersoonlijke, unieke jurkjes gaan afhalen en opnieuw passen, bewonderen, kopen en dan zonder meer beschermen met ons leven.

23 augustus 2010

Er is veel gebeurd sinds ik schreef dat ik zenuwachtig was. We bevinden ons weer in The House Cafe alwaar we twee cappuccino’s besteld hebben, dit keer vergezeld door een grote, warme, double chocolate brownie, overgoten met een bol zachtjes smeltende vanille-ijs. De koffie is Lavazza en wij zijn gelukkig. Daarnet hebben we namelijk kebap gegeten. Niet zomaar kebap op straat, maar in een klein restaurantje in een schattig klein straatje waar de kok op een koperen binnenhuisbarbecue vleesjes, lange groene pepers, tomaten en Turks brood roosterde. Het was lamsgehakt en een rundsbrochette en ze waren gekruid zoals je het je zelf niet kunt inbeelden. De rekening was exact 40 lira ofte 20 euro, het bedrag dat we enkele uren eerder uitgespaard hadden door niet te betalen om de Ayasofia van binnen te zien. De reden daarvoor was het vreselijke toeristengehalte – kraampjes en verkopers en drukte en bussen Japanners – en het feit dat we een kwartier eerder gratis de Blauwe Moskee binnen mochten om dan te besffen dat elke authenticiteit door toeristenvoorzieningen verdwenen was. Dan is kebap toch zoveel traditioneler!

Dit gezegd zijnde, keer ik twee dagen terug. Het telefoontje. De stem van mijn geliefde klonk wat vervormd door de lange afstand maar het warme timbre was onmiskenbaar en het gevoel dat ik erbij had ook. Het leek bijna meteen dat een stemmetje zei ‘you will be disconnected in one minute’ en ik zoveel mogelijk liefdesverklaringen in die korte minuut wou proppen. Waarop we linea recta naar een Turkse hamburgertent gingen en een Ottoman Burger naar binnen speelden. Lekker! Daarna vonden we dat het tijd werd voor wat cultuur. Het Pera Museum leek de ideale optie en dat was het ook., vooral dan door de tijdelijke tentoonstellingen over manga en over Japanse kunstinstallaties. Ik zou hier alles kunnen beschrijven maar dat zou de kunstwerken geen eer aan doen. Allen naar Istanbul zou ik zo zeggen! In elk geval, het was fantastisch en in het cafe van het museum zagen we taartjes en dit deed ons honger, of zeg maar goesting krijgen en dus wandelden we helemaal tot aan de Galati Tower, die een magnifiek beeld biedt over de andere kant van Europees Istanbul, met de Ayasofia en de Blauwe Moskee. Daar de toegang tot de toren betalend was, besloten we, alweer, dat we ons geld beter konden besteden. We vonden een patisserie met een terras drie verdiepingen hoog alwaar we voor hetzelfde geld en hetzelfde uitzicht ook nog een taartje kregen! Hoezee!

En toen was het moment supreme aangebroken. We wandelden richting Bogazhesen Cadessi, de straat van ons hostel en van Antijen Tasarim, de plaats waar onze dresses al klaarhingen toen we binnenkwamen. En het moet gezegd, ze zaten ons echt als gegoten. Die van mij was overal ingenomen zodat ze mijn figuur perfect deed uitkomen en ze hadden er zelfs een ritsje ingestoken in hetzelfde kleur zodat ik het nog kon aan- en afdoen. De marsman zag eruit als een klein elfje in haar korte blauwe exemplaar. Kreetjes als ‘oh’ en ‘ah’ en uitspraken waarin de woorden ‘hart verloren’ voorkwamen vulden de rest van onze tijd, zelfs tot op dit eigenste moment. Istanbul, waarlijk, een plek waar alles mogelijk is. Maar het werd nog beter.

De zon ging langzaam onder en wij begaven ons in de massamenigte op straat. De ramadan en de koelte jagen hier elke avond alle mensen op straat, vrolijk, etend, arm in arm met hun liefjes, moeders of vrienden. Wij arriveerden, als bij wonder, in een buurt waar we allebei meteen zouden willen wonen, op een pleintje dat de lieflijke naam Suzam Sokak droeg, en een gelijknamig Cafe Suzam, volledig ingericht in Franse Amelie Poulainstijl en met twee obers, Ali en Abdullah, die ons op onze wenken bedienden.  Er was een indrukwekkende wijnkaart en we dronken er een glas van een rode wijn die omschreven werd als chocolade, rode vruchten, kaneel en andere poetische termen die mij zeer snel in een mistige roes brachten. We huppelden naar het hostel en mediteerden over een eventueel verblijf in de Suzan Straat.

De volgende dag wijdden we volledig aan een trip met de ferryboot, richting Princess Islands. De eilanden zelf waren weinig indrukwekkend, behalve dan de meeuw die op mijn hoofd plaste, maar de trip over het glinsterende water, met de prachtige dubbele skyline van Istanbul, was weergaloos. Links minaretten en paleizen, rechts torens en flatgebouwen. Istanbul verenigt waarlijks twee werelden, en doet dat op magistrale wijze. Hart verloren, ziet u…

We hadden Ali beloofd dat we terug zouden keren naar Cafe Suzam en dat deden we ook. Dit keer bestelden we een fles in plaats van twee glazen en ik liet mij verleiden tot een lasagne, een keuze die ik mij gedurende de hele avond niet beklaagd heb, al zeker niet toen ik de happen versgekruid lamsgehakt tussen de pastablaadjes gewillig naar mijn mond bracht. O hemel! O paradijs! Toen we na de rekening – en de navenante fooi – een kaartje van de zaak vroegen had Abdullah er ongevraagd zijn nummer opgeschreven. Daarvoor wilde Ali niet onderdoen en hij bood ons gratis koffie aan, een voorstel waar we gretig op ingingen. Toen hij glunderend de kopjes voor onze neus plantte, bleek op het laagje melkschuim in het kopje van de marsman een chocoladehartje te drijven. Als ze niet overdrijven kunnen die Turken echte romantics zijn…

Onderweg naar het hostel bleek onze avond nog niet ten einde te zijn. In de kleine, steile straatjes zochten we de weg op de kaart toen een Turks duo in de auto ons een lift aanbood. Uiteindelijk belandden we eerst nog op twee wonderlijke plekken vol Turkse jeugd en een magistraal uitzicht op de Bosporues, tussen appelthee en twee Turken, waarvan de een universitair was en de andere enkel kon zeggen ‘you are beautiful’. ‘And now I want to go home’ zei ik kordaat, vermoeid, gelukkig, en bijna zonder stem, en zo geschiedde het.

Vandaag klauterden we vroeg uit ons bed om de drukte aan de andere kant te vermijden. We bezochten de Blauwe Moskee, wierpen een blik op de Ayasofia en aten een Marash-ijsje, dat uitrekt en echt, echt, echt goddelijk smaakt. Na dertien dagen het eerste ijsje van de reis en wat voor een! We wierpen nog een blik op de kruidenbazaar alvorens de kebaphemel op te zoeken. Istanbul maakt ons lyrisch en dolgelukkig!

En nu ga ik naar buiten, alwaar de marsman een koffietje drinkt en op me wacht om het allerlaatste, zorgvuldig uitgekozen Istanbulse restaurant aan te doen. Gisteren gingen we er al op prospectie en de menukaart, het interieur en de charmante ober waren veelbelovend! Vanavond brengt een nachttrein ons naar Sofia, alwaar we een bus nemen naar Skopje.

Tot de volgende!

Explore posts in the same categories: zij kwamen uit het Oosten

2 reacties op “Cafe Suzam”

  1. Detje Zegt:

    misschien moeten we voor onze 5-jaarlijkse trip naar Café Suzam gaan ???


Geef een reactie

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log Out / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log Out / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log Out / Bijwerken )

Verbinden met %s


Follow

Get every new post delivered to your Inbox.