Het is zo ver.

Geplaatst 29 oktober 2010 door S.
Categorieën: *dit wilde ik nog zeggen, dit is de liefde dames en heren

Het is zo ver. Ik ga verhuizen. Langs deze weg wil ik u allen nog eens heel erg hartelijk bedanken om mijn verhalen te lezen. U was het al dan niet anonieme klankbord bij mijn avonturen. Nu ben ik wat saaier geworden. Of misschien heet dat gewoon gelukkiger. Dat moet ik nog uit zoeken. In elk geval, ik hoop dat u ook van mijn nieuwe verhalen zult kunnen genieten. Ik kan er niets aan doen. Op een dag werd ik een beetje groter. Bij deze neem ik afscheid van een Rus, een Pepe, een Misantroop, een marsman, Granada, STUC en Carl De Strycker. Weest u echter niet te bedroefd, u komt hen vast wel nog ergens tegen op die nieuwe plek. Sommigen verdoken, sommigen nog steeds heel prominent. Zij worden in elk geval vanaf nu vergezeld door een Beer, een huisje, een Mokabon en een fles Hanssens Oude Gueuze!

Bedankt voor alles, liefste lezer. Komt u mee naar de volgende halte?

Advertenties

Duikboten

Geplaatst 25 oktober 2010 door S.
Categorieën: geblaat en wol wol wol, zomaar woorden

Het is moeilijker dan ik dacht, zo een naam verzinnen voor een nieuwe blog. In het Nederlands dan wel. Ik studeer namelijk geen Spaans meer. En ik ben ook niet meer gek op een meisje dat alles in het Frans en in het roze deed. Onderwijl maak ik niet veel noemenswaardigs mee maar wil ik toch wat schrijven. Om mijn vingers te oefenen. Om mijn virtuele keel te schrapen. Kuch. Kuch.

Eén maand lang moet ik elke dag bewust flossen. Dat zei de tandarts. Dan zul je je plots raar voelen als je het daarna niet doet. En dan zul je ook geen gaatjes meer krijgen dacht hij er vast en zeker bij. Ik vond het een slim idee en besloot het toe te passen op een ander deel van mijn leven. Eén maand lang zal ik me bewust niet ergeren aan mensen en situaties. En dan zal ik me daarna hopelijk raar voelen als ik het wel weer eens doe.

Vandaag vroeg niemand naar mijn naam en de enige knappe man was de veertig ver gepasseerd maar ik kreeg toch genoeg fooi voor een pak frieten met stoofvleessaus en een kusje van mijn geliefde. Ik reageer hiermee op wat tegenwoordig mijn ‘kleine zusje’ genoemd wordt. Het meisje dat schrijft en met de mooie verhalen gaat lopen. Het is haar van harte gegund. U ook, uiteraard, beste lezer, en wel hier. Trots, troost en liefde zoeken en vinden altijd hun juiste moment. Leest en oordeelt u zelf.

Met mij gaat alles overigens goed. Ik schrijf u vanuit het grote bed onder het dakraam, met wat Trixie Whitley op de achtergrond en de wetenschap dat ik groter geworden ben dan ik ooit had durven dromen. Er is wel heel  veel plaats hier, nu mijn geliefde in zijn eigen huis gebleven is. Maar zijn geur hangt hier nog, zijn laptop slaapt naast de mijne en het kleur van zijn ogen brandt nog na op mijn netvlies.

Vergeeft u mij de schijnbare doelloosheid van deze tekst en de hoop ongevraagde weetjes waarmee ik u opzadel. Er zit iets groots aan te komen. Althans dat denk ik, elke ochtend, wanneer ik de voordeur achter me dichttrek en de hobbelige keien tegemoet fiets. Het avontuur loert om de hoek en mijn neus is bijna bevroren, hier in dit zolderkamertje.

Slaap zacht, en moge u ook over duikboten dromen.

Goud waard

Geplaatst 8 oktober 2010 door S.
Categorieën: *dit wilde ik nog zeggen

Liefste oma, u vraagt, wij draaien! Klik hier voor de prijs van het goud en bedankt voor het lekkere eten! Ik zal je een zakje dessertkoffie meebrengen uit de Mokabon.

Falen

Geplaatst 3 oktober 2010 door S.
Categorieën: *dit wilde ik nog zeggen

Voor ik aan een nieuwe blog begin moet ik hier nog iets schrijven. Namelijk dat de naam van deze hier, los pájaros de don Jacques, ofte de vogels van meneer Jacques, opgedragen was aan mijn grootvader. Net zoals mijn thesis. Daarop stond: Para mi abuela, y para don Jacques, que en paz descanse, el amor de su vida. Voor mijn oma, en voor don Jacques, zaliger, de liefde van haar leven.

Ik kreeg een 15 voor die thesis, studeerde met onderscheiding af (wat niet zo’n verdienste is maar toch een beetje) en mijn oma gaf me haar liefdesbrieven cadeau, met een strik eromheen en een kaartje erbij waarop stond dat ze haar belofte nakwam en dat ik ook mijn deel moest nakomen, namelijk ze pas publiceren na haar dood.

En dus met dat afstuderen, en dat verhuizen naar een echt huis, en dat verliefd zijn op een jongeman die dat ook is op mij en dat weekendjobje in een schattig koffiehuisje, en die opleiding internationale politiek, ja door al dat heb ik het gevoel dat ik niet meer voldoe aan de eisen die deze blog mij stelde. Stoer zijn, bezig zijn, zoeken en nooit vinden, onbekende mannen kussen en dan maanden huilen, falen.

U hield van mij, liefste lezer, omdat ik faalde. Omdat ik duizend en één avonturen beleefde, die hier neerpende en nooit rust vond.

Eerst kwam de liefde, toen het huis, toen het diploma en gisteren de weekendjob. En ik zeg niet dat ik nu altijd rustig ben. Onlangs was ik kwaad op iedereen en werd ik bang van de liefde van mijn geliefde, om maar iets te zeggen, maar ik hoor hier niet meer thuis, bij de vogels van meneer Jacques. Meneer Jacques komt, samen met zijn liefdesbrieven,  met mij mee, naar een andere plek, waar ik mag schrijven over hoe ik eten klaarmaak  en de badkamer kuis in mijn huis. En over hoe die onvoorstelbaar beantwoorde liefde wel cool is en niet saai voor buitenstaanders.

Ik heb faalangst.

U hoort het gauw. Dat nieuwe adres. Misschien blijf ik wel gewoon bij wordpress. Dat maakt het allemaal gemakkelijk.

Iets Nieuws

Geplaatst 28 september 2010 door S.
Categorieën: *dit wilde ik nog zeggen

Er komt iets nieuws. Hebt u even geduld. Onderwijl kunt u nog steeds De Brief lezen!

Cafe Suzam

Geplaatst 24 augustus 2010 door S.
Categorieën: zij kwamen uit het Oosten

18 augustus 2010

De smaak van vrijheid is er een die je meteen herkent wanneer ze zich aandient. Je leunt met je armen op een open raam van de hobbeltrein tussen Boekarest en Istanbul. Je hoeft je hand maar uit te strekken om het groen aan te raken. Het groen van bossen en bergen, van vlaktes, eindeloos, van bemoste kliffen en hooibalen op de heuvelachtige weides. ‘I could do this all day’ zegt de Amerikaanse jongen die naast je staat. Hij is van Iers, Pools, Italiaans & Duitse afkomst en studeert sculptuur in Berlijn. ‘When I get home, this is one of the moments I will remember’  antwoord ik. Ik wuif uitbundig naar drie Bulgaarse opa’s die naast een stationnetje rond een radio zitten. Ze lachen even uitbundig terug. Dit moet zowaar een van de gelukkigste momenten uit mijn leven zijn, bedenk ik, en ik glimlach en staar wat dromerig naar het zich eindeloos herhalende groen.

Ik zit op een trein die rakelings en onverschrokken door ongerepte natuur hobbelt. Naast mij staat de persoon die ik daar het liefste wil. Ik studeer af. Ik ga in het mooiste huis wonen. Ik heb thuis de rust en de liefde van mijn leven die op me wacht. Ik heb nog drie weken fantastische reis voor de boeg. Ik heb een potlood in de hand en het papier op mijn schoot. Ik ruik, ik zie, ik hoor, ik voel complete vrijheid. De avond valt snel en adembenemend en een veel te lang vergeten gevoel vult mij weer met die verwachting en verwondering en een glimp van wat niet in woorden gevat kan worden. Het is avond in Bulgarije, en het zal ochtend worden in Istanbul.

19 augustus 2010

We zitten op een bus nu. Na wat met recht een zalige, helse, veel te korte, veel te vaak onderbroken ‘nacht’ genoemd kan worden, werden we plots gewekt en moesten we onze kussens en lakens weer afgeven. En nu zitten we dus plots op een bus. Hopelijk richting Istanbul!

Ik schreef gisteren dat het avond was in Bulgarije en dat het ochtend zou worden in Istanbul, maar ik had duidelijk naast de realiteit gekeken. Luttele uren later stopten wij plots in ‘Dimitrovgrad’, een Bulgaars gehucht als een ander, ware het niet dat we daar uiteindelijk meer dan twee uur stil stonden, wachtend op een aanhangsel voor onze ultrakorte treintje dat maar niet leek te komen. De Amerikaanse buurjongen\kunstenaar en mezelve onderhielden een lange conversatie over cheerleaders en de vijftig staten en hij toonde mij zijn schetsboek, waarop ik hem prompt vroeg een portret van mij te maken, wat hij na lang aarzelen ook deed, in houtskool. Hij had mij op voorhand gewaarschuwd dat alle portretten die hij maakte uiteindelijk vooral op zichzelf leken en het was een beetje waar, maar mijn neus was onmiskenbaar, en ik was er heel blij mee!

De trein stond nog steeds stil en wij begaven ons naar buiten, om in een mengeling van Duitsers, Zwiters en een hele hoop tweeliterflessen Bulgaarse pivo terecht te komen. Ik trakteerde mijn portretteur op een pintje en even later kregen we home made zoete witte wijn van de grootvader van een knappe androgyne Roemeense Duitser. En dan plots, als uit het niets, kwam het andere treinstel en waren wij maar net op tijd om de sporen razendsnel over te steken en op de meteen weer rijdende trein te springen. Wat een avontuur, dachten wij, en we maakten onze driehoge minibedjes op en gingen slapen. Helaas dacht de border control daar anders over. Tot vier keer toe werden we gewekt door arrogant grijnzende mannen in uniform die ons paspoort vroegen, en als kers op de taart mochten we om vier uur ’s ochtends een uur buiten in de rij staan om een Turks visum en een stempeltje te krijgen. Ik dank u zeer, Turkse autoriteiten, mottigaards!

21 augustus 2010

Ik ben een beetje zenuwachtig. We zitten nochtans in een perfect gelegen eetcafe waar verschillende geuren versmelten voor ze je neus bereiken. Straks ga ik naar een telefoonhokje met een telefoonkaart een, hopelijk succesvol, telefoontje plegen naar mijn geliefde. Over Istanbul valt, het zal u niet verbazen, veel te vertellen. De aanhoudende & drukkende warmte heeft mij loom gemaakt, en de voortdurende verandering van hitte naar airco lokt lichte verkoudheden uit. Ik ben een beetje moe. Dat komt door de drukte, een onmiskenbaar en onlosmakelijk met Istanbul verbonden fenomeen.

Laten we het eerst eens hebben over de mannen. We hadden onze eerste lunch en we kregen al een gratis theetje aangeboden door een der obers, enkel en alleen zo leek, om ons nog een kwartiertje langer te kunnen gadeslaan. Het was schattig en ze waren vriendelijk. De volgende dag gingen we naar de Grote Bazaar alwaar we constant nagefloten, nageroepen, aangeraakt en benaderd werden. Verkoperstruukjes, vermoeiend maar verstaanbaar. Vervelender vond ik het om gewoon tijdens een wandeling lastiggevallen te worden. Als vrouw is het moeilijk om een doodgewone conversatie aan te knopen zonder dat de gesprekspartner andere bedoelingen koestert. Gisteren belandden we na een hele dag drukte en drukkende warmte in een natuurlijk, oprecht restaurantje in een gezellig drukke straat. De kok was een vrouw en haar gerechten waren met liefde en oog voor detail geprepareerd en afgewerkt. Ik at een typisch eenvoudig Turks gerecht dat naar ongekende culinaire hoogtes werd getild, door de echte, diepe smaak en de originele presentatie. Gehakballetjes, köfte, pittig gekruid, op een bedje van blokjes Turks brood, perfect knapperig gebakken, overgoten met een gekruid tomatensausje en zure room. Eenvoudig maar o zo lekker. Onze glazen werden constant bijgevuld door een der oplettende obers. Een van hen, de jongste, knoop een stuntelig gesprek aan met de marsman – What’s your name? Dafnee. Lovely? No, Dafnee. Ah, Lovely? – alvorens haar zijn naam en nummer op een kaartje te presenteren. Zeer schattig. Helaas voor Hamid was de marsman niet geinteresseerd. Naar wie haar interesse echter telkens wel weer uitgaat is een der werknemers van ons hostel, een oudere man die ons elke ochtend een magistraal ontbijt voorschotelt. Er is joehoert en muesli, verse groenten, meloen, appel, honing en vandaag kwam de man in kwestie op en af lopen met versgebakken pannenkoeken, nadat hem ter ore gekomen was dat een Hollands meisje het ontbijt had overgeslagen, iets wat hem oprecht zorgen baarde. De allerlaatste pannenkoek was een hartvormige, overgoten met honing. Het meisje in kwestie was nog steeds niet komen opdagen toen onze charmante, uiterst knappe kamergenoot de ontbijtzaal binnenwandelde en het kleinood met groot genoegen naar binnen speelde. Hij heet Richard en gisteravond had ik een urenlang gesprek met hem. Half Armeens, half Schots-Oekrains, in Londen wonend, film en visuele antropologie studerend, kortverhalen schrijvend, vormde hij de perfecte tegenspeler voor een gesprek over het leven en de liefde. Het was zo een van die gesprekken die alle vervelende opmerkingen van mannelijke creaturen in een klap doen vergeten. ‘My mum was a high class prostitute. That’s how she met my dad.’ Touche!

Ons hostel heet Neverland en vormt een kruising tussen een kraakpand en een hippiecommune. Je mag er vrij op de muren tekenen en schilderen en dat wordt ook kwistig gedaan. het ligt, zonder overdrijven, in de mooiste en artistiekste straat van Istanbul en ze straalt een onmiddellijke rust uit, zelfs als je net uit een overvolle, met lonkende mannen gevulde winkelstraat bent ontsnapt. Het absolute hoogtepunt in onze straat echter, moest het kledingatelier zijn, waar meisjes in de winkel de kleren zitten te stikken die het ontwerpersduo daar ter plekke creeert. Getuige daarvan de vele patronen aan de muur, de naaimachines en de grote rollen stof. De marsman en ik vonden elk ons droomexemplaar, een uniek stuk, ‘we change the collection every month’, dat daar ter plekke met spelden en krijtlijntjes aan ons lijf werd aangepast. Vanavond mogen wij onze hoogstpersoonlijke, unieke jurkjes gaan afhalen en opnieuw passen, bewonderen, kopen en dan zonder meer beschermen met ons leven.

23 augustus 2010

Er is veel gebeurd sinds ik schreef dat ik zenuwachtig was. We bevinden ons weer in The House Cafe alwaar we twee cappuccino’s besteld hebben, dit keer vergezeld door een grote, warme, double chocolate brownie, overgoten met een bol zachtjes smeltende vanille-ijs. De koffie is Lavazza en wij zijn gelukkig. Daarnet hebben we namelijk kebap gegeten. Niet zomaar kebap op straat, maar in een klein restaurantje in een schattig klein straatje waar de kok op een koperen binnenhuisbarbecue vleesjes, lange groene pepers, tomaten en Turks brood roosterde. Het was lamsgehakt en een rundsbrochette en ze waren gekruid zoals je het je zelf niet kunt inbeelden. De rekening was exact 40 lira ofte 20 euro, het bedrag dat we enkele uren eerder uitgespaard hadden door niet te betalen om de Ayasofia van binnen te zien. De reden daarvoor was het vreselijke toeristengehalte – kraampjes en verkopers en drukte en bussen Japanners – en het feit dat we een kwartier eerder gratis de Blauwe Moskee binnen mochten om dan te besffen dat elke authenticiteit door toeristenvoorzieningen verdwenen was. Dan is kebap toch zoveel traditioneler!

Dit gezegd zijnde, keer ik twee dagen terug. Het telefoontje. De stem van mijn geliefde klonk wat vervormd door de lange afstand maar het warme timbre was onmiskenbaar en het gevoel dat ik erbij had ook. Het leek bijna meteen dat een stemmetje zei ‘you will be disconnected in one minute’ en ik zoveel mogelijk liefdesverklaringen in die korte minuut wou proppen. Waarop we linea recta naar een Turkse hamburgertent gingen en een Ottoman Burger naar binnen speelden. Lekker! Daarna vonden we dat het tijd werd voor wat cultuur. Het Pera Museum leek de ideale optie en dat was het ook., vooral dan door de tijdelijke tentoonstellingen over manga en over Japanse kunstinstallaties. Ik zou hier alles kunnen beschrijven maar dat zou de kunstwerken geen eer aan doen. Allen naar Istanbul zou ik zo zeggen! In elk geval, het was fantastisch en in het cafe van het museum zagen we taartjes en dit deed ons honger, of zeg maar goesting krijgen en dus wandelden we helemaal tot aan de Galati Tower, die een magnifiek beeld biedt over de andere kant van Europees Istanbul, met de Ayasofia en de Blauwe Moskee. Daar de toegang tot de toren betalend was, besloten we, alweer, dat we ons geld beter konden besteden. We vonden een patisserie met een terras drie verdiepingen hoog alwaar we voor hetzelfde geld en hetzelfde uitzicht ook nog een taartje kregen! Hoezee!

En toen was het moment supreme aangebroken. We wandelden richting Bogazhesen Cadessi, de straat van ons hostel en van Antijen Tasarim, de plaats waar onze dresses al klaarhingen toen we binnenkwamen. En het moet gezegd, ze zaten ons echt als gegoten. Die van mij was overal ingenomen zodat ze mijn figuur perfect deed uitkomen en ze hadden er zelfs een ritsje ingestoken in hetzelfde kleur zodat ik het nog kon aan- en afdoen. De marsman zag eruit als een klein elfje in haar korte blauwe exemplaar. Kreetjes als ‘oh’ en ‘ah’ en uitspraken waarin de woorden ‘hart verloren’ voorkwamen vulden de rest van onze tijd, zelfs tot op dit eigenste moment. Istanbul, waarlijk, een plek waar alles mogelijk is. Maar het werd nog beter.

De zon ging langzaam onder en wij begaven ons in de massamenigte op straat. De ramadan en de koelte jagen hier elke avond alle mensen op straat, vrolijk, etend, arm in arm met hun liefjes, moeders of vrienden. Wij arriveerden, als bij wonder, in een buurt waar we allebei meteen zouden willen wonen, op een pleintje dat de lieflijke naam Suzam Sokak droeg, en een gelijknamig Cafe Suzam, volledig ingericht in Franse Amelie Poulainstijl en met twee obers, Ali en Abdullah, die ons op onze wenken bedienden.  Er was een indrukwekkende wijnkaart en we dronken er een glas van een rode wijn die omschreven werd als chocolade, rode vruchten, kaneel en andere poetische termen die mij zeer snel in een mistige roes brachten. We huppelden naar het hostel en mediteerden over een eventueel verblijf in de Suzan Straat.

De volgende dag wijdden we volledig aan een trip met de ferryboot, richting Princess Islands. De eilanden zelf waren weinig indrukwekkend, behalve dan de meeuw die op mijn hoofd plaste, maar de trip over het glinsterende water, met de prachtige dubbele skyline van Istanbul, was weergaloos. Links minaretten en paleizen, rechts torens en flatgebouwen. Istanbul verenigt waarlijks twee werelden, en doet dat op magistrale wijze. Hart verloren, ziet u…

We hadden Ali beloofd dat we terug zouden keren naar Cafe Suzam en dat deden we ook. Dit keer bestelden we een fles in plaats van twee glazen en ik liet mij verleiden tot een lasagne, een keuze die ik mij gedurende de hele avond niet beklaagd heb, al zeker niet toen ik de happen versgekruid lamsgehakt tussen de pastablaadjes gewillig naar mijn mond bracht. O hemel! O paradijs! Toen we na de rekening – en de navenante fooi – een kaartje van de zaak vroegen had Abdullah er ongevraagd zijn nummer opgeschreven. Daarvoor wilde Ali niet onderdoen en hij bood ons gratis koffie aan, een voorstel waar we gretig op ingingen. Toen hij glunderend de kopjes voor onze neus plantte, bleek op het laagje melkschuim in het kopje van de marsman een chocoladehartje te drijven. Als ze niet overdrijven kunnen die Turken echte romantics zijn…

Onderweg naar het hostel bleek onze avond nog niet ten einde te zijn. In de kleine, steile straatjes zochten we de weg op de kaart toen een Turks duo in de auto ons een lift aanbood. Uiteindelijk belandden we eerst nog op twee wonderlijke plekken vol Turkse jeugd en een magistraal uitzicht op de Bosporues, tussen appelthee en twee Turken, waarvan de een universitair was en de andere enkel kon zeggen ‘you are beautiful’. ‘And now I want to go home’ zei ik kordaat, vermoeid, gelukkig, en bijna zonder stem, en zo geschiedde het.

Vandaag klauterden we vroeg uit ons bed om de drukte aan de andere kant te vermijden. We bezochten de Blauwe Moskee, wierpen een blik op de Ayasofia en aten een Marash-ijsje, dat uitrekt en echt, echt, echt goddelijk smaakt. Na dertien dagen het eerste ijsje van de reis en wat voor een! We wierpen nog een blik op de kruidenbazaar alvorens de kebaphemel op te zoeken. Istanbul maakt ons lyrisch en dolgelukkig!

En nu ga ik naar buiten, alwaar de marsman een koffietje drinkt en op me wacht om het allerlaatste, zorgvuldig uitgekozen Istanbulse restaurant aan te doen. Gisteren gingen we er al op prospectie en de menukaart, het interieur en de charmante ober waren veelbelovend! Vanavond brengt een nachttrein ons naar Sofia, alwaar we een bus nemen naar Skopje.

Tot de volgende!

Can we have the bill please?

Geplaatst 18 augustus 2010 door S.
Categorieën: zij kwamen uit het Oosten

11 augustus 2010

Er staat een hart op de voorkant van dit boekje. Het wordt gevormd door de woorden MUSIC. LOVE. TRAVEL. FREEDOM. Leuzen van peace & love in herinnering aan Woodstock. Ik zit op de trein. We staan stil tussen Hongarije en Roemenie. De marsman slaapt. Dit potlood ‘pakt’ perfect op de verharde pagina’s van dit als schetsboek bedoelde boekje. Veertien uur geleden heb ik afscheid genomen van mijn geliefde. Ik zie je graag zei ik en ik hoorde de marsman hetzelfde doen tegen haar wederhelft. Ik ben bang. Ik ben bang en ik moet huilen. Op het vliegtuig. In de metro. En nu ook op deze heerlijk gezellige trein waarvan de brede ramen ons een uitzicht geven op een vlakke oase van groen. Ik haat afscheid. Dat heb ik vandaag beseft. Vroeger hield ik ervan, omdat het een mooi en intens beeld schept van wie je bent en hoe je je voelt.

Vroeger hield ik ook van Rock Werchter en Jezus Christus.

Het is anders nu. Nu hou ik alleen van jou, mijn liefste, en de gedachte dat ik dertig dagen en duizenden kilometers van je verwijderd ben maakt me gek. De zon blaakt van vertrouwen aan de hemel en ik probeer mijn vertroebelde geest op orde te brengen. Ik wil nooit meer om vier uur ’s ochtends aan die smalle voordeur staan en afscheid van je nemen. Ik ben verslaafd geworden aan de aanblik van je gezicht, de aanraking van je hand, het geruststellende timbre van je stem. Het is als een mantra diep in mijn denken gevestigd: waar jij bent is de enige plaats waar ik wil zijn.

13 augustus 2010

Op de trein van Cluj-Napoca naar Brasov. Ik durfde niet goed te schrijven omdat ik bang was – daar is dat woord weer – dat ik misschien emotioneel zou worden. Toen we op de trein stapten was hij bijna leeg, maar langzaam aan, terwijl we hooibalen en wijngaarden, schaapherders en naakte kinderen voorbij zien komen, vult het comfortabele rijtuig zich met tetterende jongedames en brommend pratende oude mannetjes.

Gisteren belandden we na 17 uur reizen en een oranjerode zonsondergang in het met lichtreclames en gokpaleizen, pitakramen en zatlappen gevulde Cluj-Napoca. We strompelden naar Retro Hostel en beslisten terstond ons verblijf met een nacht in te korten. ‘We zijn onderweg naar Istanbul, ziet u.’ Gelukkig bleek Cluj ‘Margiland’ Napoca overdag een veel fraaier uitzicht te bieden en genoeg vertier om een volledige, met zon overgoten dag te vullen. Het begon in een cafeetje waar de taartjes met vier lagen – notencreme, brownie, cake, slagroom, caramel, cappuccino, u kiest maar – 3,5 lei ofte nog geen euro kostten en waar wij onafgebroken smekten en grijnsden. Ik praatte over mijn geliefde en soms voelde ik een vlaag van gemis maar het werd beter, gestaag, en ik werd rustiger.

We kochtten een kilo pruimen op de lokale markt nadat de marktkraamster er ons geen vier wilde verkopen en we wandelden het kleine wel-willen-maar-niet-kunnen stadscentrum uit naar de botanische tuin. De gigantische, in volle zon badende tuin, vol met wegeltjes die tussen vijvers en serres kronkelden, was een oase van groen en rust alwaar wij de namiddag al keuvelend doorbrachten op een bankje in de schaduw. Toen wij een beginnende honger voelden opkomen, begaven wij ons naar de andere kant van het centrum, naar een kleine inham van een kleine straat die volledig aan ons oog onttrokken was geweest ware het niet dat de lonely planet de zaak de hemel in prees om haar authenticiteit. Het is mij eender of verse zalm met champignons in een goddelijk sausje typisch Roemeens is, maar wij werden gelukkiger bij elke hap. De obligate koffie achteraf namen wij op een ultrahip terras pal in het centrum, dat de voorbijrazende voertuigen probeerde te doen vergeten met loungecovers van Michael Jackson en andere hits. De latte en de moccha waren waarlijk voortreffelijk en de toiletten verbazingwekkend futuristisch. We lazen een boekje – Tolstoj voor de marsman en Saramago voor mezelf – en wandelden nog een blokje om naar een gezellig filmpostercafe, alwaar we zoveel energie kregen dat we nog een paar blokjes om wandelden. Toen wij rond middernacht het hostel bereikten, liepen we recht in het bevredigende gezelschap van een Roemeens-Amerikaans jong koppel dat ons onderhield met verhalen over hun Grieks-Orthodoxe wedding en de virussen die haar lokale Roemeens familie op hem had overgedragen. Slaapwel!

Vandaag namen we om twee uur de trein naar Brasov, maar niet nadat we als ontbijt een omelet met tomaat en mysterieus lekkere kruiden hadden gecombineerd met twee weerom voortreffelijke koffies. De Roemenen hebben misschien nog niet ons hart, maar toch zeker al onze smaakpapillen gestolen.

15 augustus 2010

Noot aan mijn geliefde: ik zit op de trein naar Boekarest, in jouw trui (airco!), met jouw koptelefoon te luisteren naar Luke Vibert, jouw muziek! Het bruingele interieur van de trein loopt haast naadloos over in de Roemeense oudjes naast ons en de brede ramen schotelen ons majestueuze taferelen voor: uitgestrekte bossen, bergketens en rotskliffen. Maar ik keer even terug naar Brasov, alwaar wij twee nachten – een rustig, in welgekomen properheid, een slapeloos en lawaaierig – en een volledige dag doorbrachten.

Het begon allemaal op twee zwarte stoeltjes op het terrasje van Cafeteca dat haar naam alle eer aandeed en ons twee Ice Moccha bommen bracht alwaar we wel eventjes zoet (oh ja!) mee waren. Het kleine stadscentrum was vrolijk druk bevolkt en de terrasjes vormden een aaneengesloten strook. Ons goedgeoefende oog spotte een glas fres orange juice en even later schoven wij onze voetjes onder tafel voor wat een uitgebreid en verrukkelijk ontbijt zou worden: schapenkaas, brood, honing, omelet, tomaten, koffie, juice en een rekening van welgeteld 39 lei ofte nog geen tien euro alles samen. En toen moest de dag nog beginnen, dacht u? Wij wandelden naar een perfect aangelegd park alwaar wij op rode bankjes de eerste van wat een hele reeks trouwerijen zou worden aanschouwden. Ondergetekende deed verscheidene pogingen om de witte, hollywoodiaanse blokletters die het woord Brasov vormden in het groen rondom de stad vast te leggen. Heerlijke Roemeense kitch! Wanneer wij door het centrum wandelden zagen wij huizen, gebouwen en muren in de leukste kleuren en bij een eenvoudige ijskoffie schreef ik het tweede kaartje naar mijn geliefde. Een korte boswandeling bergop bracht ons bij een der uitkijktorens van waaruit wij, uiteraard, uitkeken over de stad. Van al dat wandelen hadden wij honger gekregen en pal op het kerkplein serveerde een der vele restaurantjes ons het eerste rasechte Roemeens maal, vergezeld van de eerste kan zelfgemaakte citroenlimonade. We aten wijnbladeren gevuld met rijst en gekruid gehakt – sarmale – met kool en maispuree ofste mamaliga. Vanavond komen we aan in Boekarest, alwaar we drie dagen blijven alvorens naar Istanbul te trekken.

17 augustus 2010

Vanop het terras ‘ Le Bourgeois’, een cafe-eethuisje dat haar naam alle eer aandoet. De koffies zijn er koninklijk, je krijgt er een klein croissantje bij en een glas water, en de vegetarische pasta die we er deze middag aten was licht en lekker. De aubergines en paprika’s waren gegrild in plaats van gestoofd, zo knapperig en met een zwart randje.

Zondagmiddag, na een uurtje mussen voederen op het perron en een paar uur treinen, kwamen we in een broeierig heet Boekarest aan. De hitte sloot zich om je heen als een tweede huid en de kleinste bewegingen lokten zweetstroopjes uit. Ik was moe en had weinig energie en de met zweren overdekte, lijmsnuivende man maakte ons bang. Stationsbuurten zijn nooit de mooiste maar die van Boekarest overtrof alles: de vervelende taxichauffeurs, de fluitende mannen, de toegetakelde bedelaars, de lelijke gebouwen en de vieze geur. We werden wat moedeloos en besloten de enige echte cinema op te zoeken en ons daar enkele uren van alle indrukken af te sluiten. De straten waren breed, troosteloos, eindeloos, vuil, vol toeterende en gierend remmende auto’s, de omringende gebouwen lelijk en grauw, Oostblokstijl met Westerse lichtreclame bovenaan. De troosteloosheid zelve. De film was Inception, duurde zeer lang en bevond zich in een hypermodern (dus daar gaat al het geld naartoe!) winkelcomplex met airco. Omdat we bijna twee uur nodig hadden om er te raken besloten we de bus terug te nemen die ons, helaas, weer afzette aan het station. Ik kreeg een paniekaanval en de daaruit volgende instinctieve reactie: we gaan zo snel mogelijk naar ons hostel, negeren elke mannelijke persoon die in onze buurt komt en mijden onverlichte straten, gsm in de hand met hulpbericht naar het thuisfront reeds getypt ‘Papa ik ben in Boekarest en er is iets mis’.

Het bleek niet nodig. De marsman loodste ons als een ware held weg van het station recht naar onze slaapplaats, The Midland Youth Hostel 2, een veilige haven in een vijandige stad. De sfeer was er warm en rustig, het personeel vriendelijk, de bedden groot en comfortabel, de douches proper en de airco in de kamer goddelijk. Enjoy your body. Use it every way you can. It’s the greates instrument you’ll ever own. De positieve energie spatte van de muren. Ik tuimelde in een diepe slaap en werd als herboren wakker.

De volgende dag besloten wij onze eerste indrukken overboord te gooien en op zoek te gaan naar wat schoonheid in dit op het eerste gezicht godvergeten oord. Het begon bij het ontijt, dat wij in een overdekt steegje namen en dat bestond uit pannenkoeken, de lokale specialiteit – ze noemen ze crepes omdat ze graag Parijs nadoen – met confituur en slagroom en een kan versgemaakte limonada. We wandelden naar het historisch centrum en vonden daar een klein kerkje waar monniken in zwarte pijen rondwandelden en gezangen hielden. Er was een ommuurd tuintje bij met groen en oude stenen platen met religieuze opschriften. De vele terrasjes in het oude centrum ontlokten ons een eerste echte glimlach. We ontdekten ‘Le Bourgeois’  en bleven daar enkele uren plakken, letterlijk, van het zweet, aan de comfortabele stoeltjes.

We besloten onze tocht verder te zetten met als volgende doel een English Bookstore die bijna onvindbaar bleek te zijn, daar de lonely planet haar bolletjes vaak eens op de foute hoek van de straat plaatst op haar minuscule kaartjes. We waren ergens ‘verdwaald’, per ongeluk afgeweken van het pad, toen een onverwachte gebeurtenis ons op de grens tussen positief en negatief balancerende beeld van de Roemeense hoofdstad definitief deed omslaan in de goede richting. Het was een klein winkeltje, en we waren er bijna aan voorbijgewandeld, toen mijn romantisch getrainde oog viel op een kaartje met een hartje. Ik loodste de marsman binnen. Het waren witte kaartjes met zwart-rode cartoons en mopjes in het Roemeens, en het kaartje met het hartje leek mij ideaal voor het verzenden naar een verafgelegen wederhelft. De marsman ontdekte een linnen zak met het al even romantische, revolutionaire opschrift Make Love Not Wall. Toen we de zak kochten, kregen we de kaartjes gratis en het begon ons te dagen dat de oude man met de oneindig jonge blauwe ogen de auteur was van de kaartjes, de zakken, de kopjes en de boeken. Onze interesse had de zijne gewekt en hij begon vol hartstocht over zijn werk te praten. Dat hij politieke cartoons schreef ten tijde van Ceausescu en dat net na de revolutie en de daarop volgende executie van de dictator en zijn vrouw tienduizenden mensen voor zijn winkeltje samentroepten om een exemplaar van zijn boek te bemachtigen. Het bewijs hing zwart op wit ingekaderd aan de muur: een artikel uit The Wall Street Journal van januari 1990, amper enkele weken na de beruchte 21 en 25 december 1989, met een foto van een mensenmenigte in de rij.

Hij bleef ons verhalen vertellen, over hoe hij nog uit de handen van Wilfried Martens de eerste prijs op het cartoonfestival van Knokke Heist had gekregen voor een cartoon met brailleschrift op een stel fraai getekende naakte borsten. Die twinkelende oogjes en het bijhorende lachje toen hij het vertelde. Hij had een beeldschone dochter die in Londen woont en van wie hij van haar zesde tot haar 29ste om de paar jaar een zwart-wit foto nam in hetzelfde jurkje. Er bestond een poster van en we kregen hem gratis mee. We besloten een boek te kopen en we vroegen of hij het wilde signeren, wat hij uiteraard deed. Toen we uitgerekend hadden dat alles samen zo’n 75 lei ofte 17 euro zou kosten, haalden we ons geld boven en begon een staaltje nooitgezien omgekeerd afdingen. Hij wilde ons alles gratis meegeven! Uiteindelijk liet hij ons 30 lei – rekent u zelf maar uit – betalen en gaf hij er nog wat stickers bovenop. Mihai Stanescu. Googlet u hem maar. Dat hebben wij ook gedaan.

Met een grijns van oor tot oor vervolgenden wij onze tocht naar de Onvindbare Engelse Boekwinkel, posters onder de arm, enthousiaste kreetjes uitstotend als We kunnen hem een kaartje sturen vanuit Istanbul! of Amaai zo zalig! De boekwinkel was adembenemend. Niet omdat hij per se zo mooi was maar omdat hij enkele zeer mooie en speciale boeken herbergde. Met het oog op de komende tochten besloten we niets te kopen maar foto’s te nemen van de covers. We bleven zeker een uur zitten, terwijl de marsman fraai vormgegeven boeken doorbladerde en ik twee PostSecret boeken volledig uitlas en me plots veel minder gestoord voelde. Daarna zochten en vonden we verkoeling in het grote en mooi aangelegde park aan de rand van het centrum. We zaten er op een terrasje aan de oevers van een groot meer en schreven de net aangeschafte kaartjes naar onze geliefde, we zagen zwanen een verfrissende douche nemen onder een watervalletje en namen foto’s van onszelf met een pretsel ‘susan’, met sezamzaadjes. Van die handeling en de daarbijhorende geuren kregen we zoveel honger dat we ons begaven naar het luidruchtige, als een soort varietetheater ingerichte restaurant waar de lokale liefhebbers afgewisseld werden met nieuwsgierige bezoekers zoals wij. Het eten was, naast schandalig goedkoop, ook uitzonderlijk lekker. De marsman at vegetarisch, met zakuska, een onbestemd doch verrassend lekkere groentenpuree en een auberginebereiding, terwijl ik volledig in beslag genomen werd door squash, volgens wikipedia een groente die het midden houdt tussen pompoen en courgette, gevuld met heerlijk gekruid gehakt, een tomatensausje en een kannetje zure room.

De avond ging geleidelijk over in de nacht en onze vermoeide voeten voerden ons spontaan terug naar het hostel, alwaar de mensen vriendelijk waren en de douches welgekomen en verfrissend. Ik nam plaats aan een der computers en vond zowaar mijn geliefde online. Het werd een enthousiast getypt gesprek gevuld met verhalen en eenvoudige liefdesverklaringen, onderbroken door internetperikelen (in Belgie welteverstaan!) en afgesloten in schoonheid. Voor het eerst deze week leek liefde zo eenvoudig als op reis gaan en weer terugkeren. Onnodig te vermelden dat ik dolgelukkig in slaap viel.

Vandaag werd duidelijk dat Boekarest veel van haar mooiste plekjes al had prijsgegeven en wij bleven tot de middag in bed liggen, enkel onderbroken door een vlug gratis ontbijt. Weerom verdwaald onderweg naar een onvindbare koffieplek ontdekten we een verborgen jazzcafe waar naast de houten beschilderde bankjes ook de ober een streling voor het oog was en er een koffie bestond die kokos en slagroom combineerde in een groot glas. We lunchten in het cafe waar ik nu weer, nog steeds, zit samen met de marsman, na een mocchachino, een cappuccino, een latte macchiato en een appel-cassis-kaneel tee en urenlang kijkplezier in wat onderhand de place to be lijkt voor de jonge levendige Roemenen. We hebben net ons obermeisje een royale fooi gegeven en haar zien glimlachen toen ze het boekje opendeed. Ons laatste Roemeense avondmaal zal plaatsvinden in een rustig straatje met een goede fles wijn en een vast en zeker rijkgevuld bord.

Roemenie is een vreemd land, met donkere, onheilspellende bergen naast vrolijke stadjes en grote lelijke gebouwen naast vriendelijke parkjes. Elke, maar dan ook elke koffie die we dronken smaakte fantastisch en de vele maaltijden die we vrolijk naar binnen speelden waren stuk voor stuk licht, vers, overdreven vol van smaak en zeer goedkoop. Dit arme, enigszins charmante land heeft dus zeker onze smaakpapillen gestolen en, als voorbereiding op Istanbul, ook een beetje ons hart.